De rol van de leraar
Dat bij bruutTAAL steeds het woord leraar wordt gebruikt in plaats van het in zwang zijnde docent, is niet toevallig.
Een docent doceert, er is sprake van eenrichtingsverkeer, hij gééft onderwijs.
Een leraar is een voorbeeld, een deskundige die zijn capaciteiten in dienst stelt van zijn leerling.
De leerling kan ook beter worden dan zijn leraar, kan kwaliteiten ontwikkelen die de leraar zelf niet heeft.
De leraar kan de leerling wel stimuleren en coachen op die kwaliteiten.
De goede leraar aarzelt ook niet om frontaal les te geven, om inspirerende verhalen te vertellen, om voor te lezen, om klassikaal te werken.
Het spelen met een klas levert de mooiste momenten op. Dat wil je als leraar niet kwijt.
Daarnaast wil je geen dom nakijkwerk verrichten: van 30 leerlingen hetzelfde werk en daar dan met de rode pen doorheen.
Werk waar kinderen eigen energie in hebben gestopt is de moeite waard om na te kijken en maakt het jou gemakkelijk om ieder kind op zijn eigen manier verder te helpen.
Als leraar ben je geen slaaf van je methode, maar je zet de methode naar je hand.
Jij bepaalt de inhoud en de indeling van de lessen.
Je zorgt voor een heldere organisatie die niet volledig bepaald wordt door de zoemer en hoofdstukindeling van je boek.
BruutTAAL is een complete methode.
Met het materiaal dat bedoeld is voor klas 1, vul je ruimschoots een schooljaar.
Je kunt dan ook eigen keuzes maken en leerlingen eigen keuzes laten maken.
Maar gebruik daarnaast vooral ook eigen materiaal.
Nu je ouders niet een duur boek laat betalen (of het schoolbudget er niet zwaar mee belast), kun je zonder schuldgevoelens een tijd bezig zijn met je eigen passies binnen het vak Nederlands.
En dat kunnen leerlingen niet vaak genoeg zien: een leraar die ergens vol van is.

